6.04 Toetsen, proefwerken/ overhoringen en proefwerkweken

6.04 Toetsen, proefwerken/ overhoringen en proefwerkweken

  1. Buiten de proefwerkweken om mag er in de onderbouw niet meer dan één proefwerk en één schriftelijke overhoring (exclusief lees- en/of luistertoetsen) of twee schriftelijke overhoringen per dag worden gegeven. In het totaal mogen er niet meer dan 3 proefwerken per week gegeven worden in de onderbouw. Toetsen waar niet voor geleerd hoeft te worden, zoals bijvoorbeeld luistertoetsen, vallen buiten dit aantal.
    Vanaf de 4e klas geldt dat maximaal 5 proefwerken per week gepland mogen worden. Als het niet anders gepland kan worden, kunnen proefwerken van vakken die niet klassikaal gevolgd worden, gepland worden naast een ander proefwerk. Dit mag echter niet leiden tot meer dan 2 proefwerken per dag. Toetsen waar niet voor geleerd hoeft te worden, zoals bijvoorbeeld luistertoetsen, vallen buiten dit aantal. Een proefwerk onderscheidt zich duidelijk van de schriftelijke overhoring door de hoeveelheid te toetsen leerstof en de weegfactor die wordt toegepast op het cijfer. Proefwerken moeten tenminste één week van tevoren opgegeven zijn.

  2. Leerlingen hebben het recht op correctie van gemaakte toetsen. Het resultaat van een toets wordt binnen tien schooldagen na de toetsdatum meegedeeld. Wanneer in geval van overmacht van dit principe moet worden afgeweken, dan heeft de docent hierover contact met de leerlingen.

  3. Aan iedere proefwerkweek gaat een toetsvrije periode vooraf. In deze periode is het wel toegestaan om proefwerken te geven voor de vakken levensbeschouwing, maatschappijleer en muziek omdat deze vakken buiten de proefwerkweek worden getoetst. Tevens is het toegestaan om toetsen te geven waar niet voor geleerd hoeft te worden, zoals bijvoorbeeld lees- en luistertoetsen.

  4. De opgaven van een toets moeten betrekking hebben op de opgegeven stof.

  5. Gecoördineerde toetsen voor een klassenlaag mogen alleen gaan over de leerstof die in de betrokken klassen is behandeld.

  6. Frauderen tijdens een toets wordt door de docent beoordeeld en bestraft. Fraude leidt in principe tot het cijfer 1. Al naar gelang de situatie kan de docent beslissen tot een mildere straf/sanctie.

  7. Leerlingen hebben het recht op inzage van gemaakte proefwerken en schriftelijke overhoringen. De docent bespreekt de gemaakte toets.

  8. Bij geoorloofd verzuim bij toetsen, proeven, practica en lees- of luistertoetsen buiten de proefwerkweken om heeft de leerling recht op een inhaaltoets (op donderdag tijdens het 8e en/of 9e uur); de docent kan tot inhalen van toetsen verplichten. Bij geoorloofd verzuimde proefwerken in de proefwerkweek bestaat een verplichting tot inhalen.

  9. Voor ongeoorloofd verzuim tijdens proefwerken, proeven, practica en lees-of luistertoetsen noteert de docent het cijfer 1. De leerling heeft dan geen recht op inhalen, maar de docent kan alsnog een inhaaltoets geven.

  10. Bij het niet tijdig inleveren van een werkstuk, geldt dat het eindcijfer dat zou zijn behaald indien het werkstuk op tijd was ingeleverd, wordt verlaagd. Voor elke werkdag dat het werkstuk te laat wordt ingeleverd, wordt (op een schaal van 1 tot 10) het cijfer met één punt verlaagd.

  11. Voor onderdelen van S.E. (Schoolexamen) en C.E. (Centraal Examen) gelden aparte regels die zijn vastgelegd in het eindexamenreglement en het PTA (Programma voor Toetsing en Afsluiting).

Populairste artikelen